het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren.
Het bestaan en het gebruik van woon- of verblijfsentiteiten waar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister geeft aanleiding tot kosten die door de gemeente worden gedragen betreffende investeringen in onder andere openbaar domein, openbare dienstverlening, veiligheid en administratie. De gebruikers van tweede verblijven, zijnde de eigenaar, huurder of een andere gebruiker, halen voor die woon- of verblijfsentiteiten wel voordeel uit de gemeentelijke dienstverlening, doch dragen er niet fiscaal toe bij, zodat het redelijk verantwoord is dat ook voor tweede verblijven een billijke bijdrage wordt geleverd en dat op de tweede verblijven een belasting wordt geheven;
Het beschermen van het wonen voor eigen inwoners is een belangrijk uitgangspunt. De gemeente wenst een boeiend en coherent sociaal leven te behouden en niet geconfronteerd te worden met woningen die langere tijd onbewoond zijn. Tweede verblijven verhogen de druk op de residentiele woningmarkt, in het bijzonder in de woongebieden en vergelijkbare gebieden. De gemeente wenst het duurzaam residentieel wonen in deze meest geëigende gebieden te beschermen. Daartoe worden hogere tarieven voorzien in die gebieden. Verder is het ook wenselijk tweede verblijven in ruimtelijk kwetsbare gebieden (in de zin van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) te ontraden, ook daartoe worden hogere tarieven voorzien;
Heffingstermijn en aard.
art. 1- Voor een periode aanvangend op 01 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een directe en jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd ten laste van de personen die op het grondgebied van de gemeente een tweede verblijf bezitten op 01 januari van het aanslagjaar.
Bedrag en grondslag.
art. 2- Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woon- of verblijfsgelegenheid, waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister op 1 januari van het aanslagjaar.
Een tweede verblijf kan zowel een residentiele woning voor occasioneel gebruik zijn, als een recreatief verblijf.
Worden beschouwd als tweede verblijf:
− landhuizen, bungalows, villa's, appartementen, studio's, weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle vaste woon- of verblijfsgelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans of stacaravans, en ongeacht of voormelde woon- of verblijfsgelegenheden ingeschreven zijn in de kadastrale legger;
− een verblijf dat tegelijkertijd kan worden gebruikt als woon- of verblijfsgelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit, maar niet tot hoofdverblijf dient.
art. 3- Vallen niet onder toepassing van deze verordening en worden niet beschouwd als tweede verblijf:
- toeristisch logies die onder het toepassingsgebied vallen van de gemeentebelasting op toeristisch logies;
− het verblijf uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit; Het louter vestigen van een maatschappelijke zetel wordt niet beschouwd als een gebruik voor een beroepsactiviteit;
− de tenten, woonaanhangwagens, motorhomes en verplaatsbare caravans, tenzij zij ten minste 6 maanden opgesteld blijven om als woon- of verblijfsgelegenheid te worden aangewend;
− de woon- of verblijfsgelegenheid die onbewoonbaar, ongeschikt of onveilig is;
- de woon- of verblijfsgelegenheid die werd opgenomen in het leegstandsregister;
- nood- en crisiswoningen.
art. 4- De belasting is verschuldigd per tweede verblijf, ongeacht de duur van de eventuele verhuring en ongeacht het feit of de eigenaar ervan al dan niet in de gemeentelijke bevolkingsregisters is ingeschreven. De belasting wordt alleen en uitsluitend ten laste gelegd van de eigenaar van het desbetreffende tweede verblijf.
art. 5- Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 350,- euro per tweede verblijf.
Aangifte.
art. 6- Zij die volgens deze verordening belastingplichtig zijn moeten daarvan bij het gemeentebestuur aangifte doen vóór 30 juni van het aanslagjaar.
Wijze van invorderen.
art. 7- Deze belasting op de tweede verblijven wordt ingevorderd bij wege van een kohier. De kohierbelasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de financieel directeur, die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtige.
art. 8- Bij gebrek aan tijdige aangifte of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt en met inachtneming van de bestaande regelgeving.
art. 9- Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging als volgt worden toegepast en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet worden vermeld, afgezien van het feit of het om één of meerdere overtredingen per aanslagjaar gaat:
- 10 % bij een eerste overtreding
- 40 %, 70 % en 100 % bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.
Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200 % van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen.
art. 10- De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen.
art. 11- Wanneer eenzelfde situatie aanleiding kan geven tot de toepassing van dit belastingreglement op de tweede verblijven en het belastingreglement op de kampeerterreinen en kampeerverblijfsparken, is alleen dit belastingreglement op de tweede verblijven van toepassing.
art. 12- Dit belastingreglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website.