het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
de financiële toestand van de gemeente;
een onderscheid kan gemaakt worden tussen gewone handelsactiviteiten met een beperkte duur en de activiteiten tijdens de kermisweek van oktober die gericht zijn op het vermaak van de kinderen;
art. 1- Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt ten laste van eenieder die zich voor de uitoefening van zijn handel of beroep, en onafgezien van de aard van de koopwaren of van de inrichting, op de openbare pleinen of langsheen wegen in de gemeente stelt, een eenvormig plaatsrecht gevraagd van 20 euro, per begonnen dag, per kraam voor de ononderbroken duurtijd van het standnemen.
art. 2- Vrijgesteld van het plaatsrecht zijn kermisattracties of aanverwanten, tijdens de foordagen, die bijdragen aan het volksvermaak.
art. 3- Het plaatsrecht is verschuldigd zodra de plaats op het openbaar domein wordt gereserveerd tenzij de standhouder verhinderd is en daarvan de financiële dienst minstens een week op voorhand schriftelijk op de hoogte brengt. De afrekening gebeurt maandelijks.
art. 4- De inning van het plaatsrecht geschiedt desgevallend bij wijze van dwangbevel of bij burgerlijke vordering.
Art. 5- Dit retributiereglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website.