artikel 170, §4 van de Grondwet;
het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
het decreet houdende het toeristische logies van 5 februari 2016, zoals gewijzigd;
het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, zoals gewijzigd;
de aanwezigheid van hotel of B&B's op het grondgebied van de gemeente;
het aanbieden van logies brengt voor het gemeentebestuur bijkomende kosten met zich mee op het vlak van veiligheid, afvalbeheersing en onderhoud openbaar domein;
het is gerechtvaardigd om van de toeristische logiesverstrekkers een billijke financiële tussenkomst door middel van een belasting te vragen teneinde aanvullende inkomsten te genereren ter financiering van de uitgaven voor de algemene dienstverlening;
de gemeente wil haar toeristisch beleid verder blijven professionaliseren;
Artikel 1: Definities of begrippen
Voor de toepassing van het belastingreglement gelden de volgende definities en begrippen :
1. Het logiesdecreet: het decreet houdende het toeristische logies van 5 februari 2016.
2. Toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving.
3. Toeristische logies: elke constructie, inrichting, ruimte of terrein, in eender welke vorm, dat aan een of meer toeristen tegen betaling de mogelijkheid tot verblijf biedt voor een of meer nachten, en dat wordt aangeboden op de toeristische markt.
4. Aanbieden op de toeristische markt: het op eender welke wijze publiek aanbieden van een toeristisch logies, hetzij als exploitant, hetzij via een tussenpersoon.
5. Exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies exploiteert, voor de rekening van wie een toeristisch logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst.
6. Tussenpersoon: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op eender welke wijze tegen betaling bemiddelt bij het aanbieden van een toeristisch logies op de toeristische markt, promotie maakt voor een toeristisch logies of diensten aanbiedt via dewelke exploitanten en toeristen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden.
7. Kamer gerelateerde logies: een toeristische logies met één of meer verhuureenheden of een ruimte die mogelijkheid tot verblijf biedt.
8. Bevoegde dienst: financiële dienst boekhouding@merksplas.be
9. Registerbladen: de zesmaandelijkse digitale of papieren aangifteformulieren om aan de registerplicht te voldoen.
Artikel 2: Belastbaar feit
Voor de periode van 1 april 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op het verstrekken van toeristische logies aan volwassen personen in de daartoe uitgeruste gelegenheden zoals bedoeld in artikel 1 van onderhavig belastingreglement.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die een toeristisch logies overeenkomstig het logiesdecreet uitbaat.
De eigenaar van het onroerend goed waarop of waarin de exploitatie is gevestigd, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. In geval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar hoofdelijk de belasting verschuldigd.
Artikel 4: Tarief en berekening
De belasting voor de kamer gerelateerde logies bedraagt: 2 euro per volwassen persoon en per overnachting.
Het bedrag van de belasting wordt per semester overeenkomstig de register- en aangifteplicht berekend.
Artikel 5: Registerplicht
De belastingplichtige moet een papieren of digitaal registersysteem bijhouden waarin per nacht het aantal bezette kamers en het totaal aantal logerende personen wordt ingegeven.
Artikel 6: Aangifteplicht
De belastingplichtige moet binnen de 15 dagen na elk verstreken semester, uiterlijk op 15 juli en 15 januari, het papieren of digitaal register of registerbladen indienen. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag of een zondag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De registerbladen dienen deze per post of elektronische zending (boekhouding@merksplas.be) aan de financiële dienst doorgestuurd te worden.
De belasting wordt voor elke wijze van registerplicht per semester berekend en gevestigd op basis van de ingediende aangiftes of de registerbladen.
Artikel 7: Meldingsplicht
De belastingplichtige moet in geval van definitieve stopzetting of overdracht van een toeristisch logies dit aan de bevoegde dienst meedelen. Binnen de 14 dagen na stopzetting of overdracht moet een melding digitaal of per brief gestuurd worden naar de financiële dienst.
Elke nieuwe exploitant van een toeristisch logies moet, voorafgaand de start van de exploitatie, dit digitaal of schriftelijk aan de financiële dienst meedelen zodat de register- en aangifteplicht kan vervuld worden.
Artikel 8. Aanslag van ambtswege
1. Het College van Burgemeester en Schepenen kan beslissen om de belasting van ambtswege te vestigen bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige.
2. Het College van Burgemeester en Schepenen oordeelt, naar gelang de noodwendigheden van het geval, of ze van deze mogelijkheid gebruik maakt of niet. In het geval het College opteert voor een aanslag van ambtswege, dienen de procedurevoorschriften gevolgd te worden zoals vermeld in artikel 8§3 en volgende. De belasting van ambtswege wordt gevestigd op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt, al dan niet na plaatsbezoek, onverminderd het recht van bezwaar of beroep.
Indien de belastingplichtige geen gegevens ter beschikking stelt, wordt de overnachtingscapaciteit per logies gebruikt, vermenigvuldigd met het aantal dagen per semester, voor de berekening van de belasting.
3. Vooraleer tot een aanslag van ambtswege over te gaan, betekent het College van Burgemeester en Schepenen, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
4. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aangetekend schrijven om zijn schriftelijke opmerkingen aan het stadsbestuur mede te delen.
5. Het College van Burgemeester en Schepenen oordeelt of het met de schriftelijke opmerkingen rekening houdt en vestigt de aanslag van ambtswege pas na het verstrijken van de termijn van 30 kalenderdagen, behoudens wanneer de rechten van de gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren. Het College beschikt over een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, om tot een ambtshalve aanslag over te gaan. In geval van bedrieglijke handelingen, wordt die termijn met twee jaar verlengd.
6. In geval van aanslag van ambtswege dient de belastingplichtige het bewijs te leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Artikel 9. Belastingverhoging
1. Bij een aanslag van ambtswege wordt een belastingverhoging toegepast. De verhoging bedraagt 10% bij een eerste overtreding, 25%, 50% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en volgende overtreding. De belastingverhoging mag het dubbel van de verschuldigde belasting niet overschrijden.
2. De belastingverhoging wordt samen met de aanslag van ambtswege ingekohierd.
Artikel 10: Vrijstellingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
1. De ziekenhuizen, klinieken, rust- en verzorgingsinstellingen, die zonder winstbejag een doel van menslievendheid of maatschappelijk nut nastreven.
2. De internaten van onderwijsinstellingen.
3. De inrichtingen en/of terreinen die worden gebruikt door een door de gemeente erkende werking. De verhuring van de inrichting of terreinen worden uitsluitend aan erkende socio-culturele verenigingen aangeboden, zoals de jeugdwerkinitiatieven, sportverenigingen, toneelgroepen, …
4. De overnachtingen die geboekt worden via de bemiddelingskantoren voor sociaal toerisme in toepassing van het decreet “Iedereen verdient vakantie”.
5. De aanbieders van toeristische logies die voor dat betreffende toeristische logies reeds onderworpen zijn aan de belasting op de tweede verblijven of de belasting op de kampeerterreinen.
6. Logiesverstrekkende verblijven die eigendom zijn van publieke rechtspersonen (gevangenis en centrum voor illegalen)
Artikel 11: Algemene bepalingen betreffende de vestiging en invordering van de belasting
§1. De belasting zal gevestigd worden bij wijze van een kohier en geïnd worden overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals nadien gewijzigd.
§2. De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet. De bepalingen inzake de verwijl- en moratoriuminteresten zijn op deze belasting van toepassing zoals betreffende de Rijksbelastingen op de inkomsten.
§3. De belastingschuldige kan een bezwaar indienen conform de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen. Het bezwaarschrift moet gemotiveerd en met redenen omkleed zijn en dient schriftelijk of digitaal ingediend te worden het College van Burgemeester en Schepenen. Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 12: Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur. Er wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.