Terug
Gepubliceerd op 29/09/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 28/09/2026 - 20:00

Voorlopige vaststelling ontwerp gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) 'Widar'.

Aanwezig: Frank Wilrycx, Burgemeester-Voorzitter
Leen Kerremans, Raf Verheyen, Monique Quirynen, Hanne Pelckmans, Schepenen
Kris Govers, Jef Van Accom, Kris Luyckx, Josée Van Aert, Evelien Willems, Tine Van der Vloet, Boris Kersemans, Koen Staes, Jan Quirijnen, Geert De Bie, Heidi Thoné, Eliene Geerts, Sandra Loomans, Raadsleden
Dries Couckhuyt, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Jens Willems, Raadslid
Wetgeving

het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;

de algemene beginselen van behoorlijk bestuur;

het Decreet van 15 mei 2009 houdende de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 2.2.1 - 2.2.6/1 en artikel 2.2.18 en volgende betreffende de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen;

het besluit van de Vlaamse regering van 23 september 1997 houdende de definitieve vaststelling van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 17 december 1997 wat de bindende bepalingen betreft;

het besluit van de Vlaamse regering van 12 december 2003 houdende de definitieve vaststelling van een herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 19 maart 2004 wat de bindende bepalingen betreft;

het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 houdende de definitieve vaststelling van een tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 25 februari 2011 wat de bindende bepalingen betreft;

het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) waarvan het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goedgekeurd werd op 30 november 2016; dat de strategische visie van het beleidsplan werd goedgekeurd op 20 juli 2018 en waarvoor de conceptnota bouwshift werd goedgekeurd op 22 februari 2022; dat op 14 juli 2025 de conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen werd goedgekeurd; dat in het kader van dit BRV de beleidskaders nog in opmaak zijn;

het besluit van de Deputatie van de provincie Antwerpen van 26 oktober 2023, houdende de definitieve vaststelling van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen, zoals in werking getreden op 13 februari 2024;

het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 6 december 2007 houdende de definitieve goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Merksplas;

het het koninklijk besluit van 30 september 1977 houdende de definitieve vaststelling van het gewestplan Turnhout;

het RUP Glastuinbouw, zoals goedgekeurd door de Deputatie op 30 januari 2014 en in werking getreden op 6 mei 2014;

Feiten

de goedkeuring startnota en procesnota RUP Widar door het college van burgemeester en schepenen op 28 mei 2024;

eerste publieke raadpleging georganiseerd over voormelde startnota en procesnota van 10 juni 2024 tot en met 8 augustus 2024, alsmede het participatiemoment op 27 juni 2024;

volgende adviesinstanties hebben naar aanleiding van de start- en procesnota advies uitgebracht: Agentschap Natuur & Bos, Vlaamse Landmaatschappij, Departement Omgeving, Deputatie provincie Antwerpen, Departement Landbouw en Zeevisserij, GECORO;

volgende adviesinstanties hebben geen advies uitgebracht: Dienst waterbeheer provincie Antwerpen, Vlaams Energie en Klimaatagentschap, Agentschap Onroerend Erfgoed;

in navolging van de publieke raadpleging werd een scopingsnota opgemaakt;

de scopingnota omvat de verwerking van de adviezen en inspraakreacties van tijdens de publieke raadpleging, alsook de wijze waarop al dan niet wordt omgegaan met gegeven suggesties om het plan te verbeteren, of aandachtspunten in functie van de effectenonderzoeken in de scopingnota worden beschreven;

in het kader van voorliggend RUP werd een plan-MER screening opgemaakt (dossiernummer SCRI24045bij VECM – voorheen Team Omgevingseffecten) die werd geïntegreerd in de start en scopingsnota;

de beslissing van het schepencollege van 24 juni 2025 houdende de goedkeuring van de scopingsnota van het RUP Widar;

op 15 juli 2025 werd een RVR-toets doorlopen (met kenmerk RVR-AV-3497) en dat op basis hiervan werd geconcludeerd dat:

-      Er geen bestaande Seveso-inrichting gelegen is binnen het plangebied;

-      Het plangebied niet gelegen is binnen de consultatiezone van een bestaande Seveso-inrichting;

-      Het inplanten van nieuwe Seveso-inrichtingen in het plangebied niet mogelijk is, aangezien er geen bedrijvigheid aanwezig of geplant is binnen het plangebied.

-      Er zich voor wat betreft het aspect externe veiligheid zich in dit geval geen probleem stelt: het RUP dient niet verder voorgelegd aan het Team Omgevingseffecten voor wat betreft het aspect externe veiligheid en er dient geen ruimtelijk veiligheidsrapport te worden opgemaakt’;

 

startnota, de adviezen, de reacties en het verslag van het participatiemoment en de scopingnota werden op 14 juli 2025 bezorgd aan de bevoegde dienst MER (Team Omgevingseffecten – dossiernummer SCRI24045);

deze bevoegde dienst bevestigde op 3 september 2025 dat er geen plan-MER opgesteld moet worden voor het voorliggend RUP; dat deze beslissing verwerkt werd in een bijgewerkte versie van de scopingsnota;

alle informatie werd gebundeld en verwerkt in een voorontwerp RUP dat, samen met de verplicht voorgeschreven adviezen en rapporten volgens artikel 2.2.20 Vlaamse codex ruimtelijke ordening voor een schriftelijk plenair advies werd voorgelegd;

een plenaire vergadering werd georganiseerd op 27 januari 2026, waarop volgende adviesinstanties aanwezig waren: Departement Omgeving, Provincie Antwerpen, Agentschap Landbouw en Zeevisserij en Agentschap Natuur en Bos;

naar aanleiding van de plenaire vergadering hebben volgende adviesinstanties advies uitgebracht: Departement Omgeving; Dienst ruimtelijke planning provincie Antwerpen; Departement Landbouw en Zeevisserij, Agentschap Natuur en Bos, Vlaamse Landmaatschappij;

het plancontour werd gewijzigd naar aanleiding van de plenaire vergadering; dat het plancontour werd verkleind binnen de oorspronkelijke contouren;

de wijziging heeft geen invloed op de beslissing inzake het niet moeten opstellen van een plan-MER;

volgens artikel 1.3.1.1 § 5 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 19 juli 2013 dienen alle uitvoeringsplannen te worden onderworpen aan een watertoets;

het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 en latere wijzigingen dat nadere regels vaststelt voor de toepassing van de watertoets;

het plan werd getoetst aan de kenmerken van het watersysteem en aan de relevante doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid; dat voor dit plan de watertoets werd onderzocht; dat in functie van het watertoetsbesluit van de Vlaamse Regering van 25 november 2022 en in voege getreden op 1 januari 2023, werd het plangebied van het RUP getoetst aan zowel onderstaande gegevens als binnen het van toepassing zijnde Geoloket; dat het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gecoördineerd op 15 juni 2018 ook van toepassing is;

uit de toelichtingsnota van het RUP blijkt dat op basis van de getoetste elementen een gunstige beoordeling kan gegeven worden met betrekking tot de watertoets op planniveau voor voorliggend planinitiatief:

-      Zowel op de fluviale als de pluviale overstromingskaart zijn er geen zones binnen het plangebied aangeduid als overstromingsgevoelig.

-      De planinhoud lijkt geen aanleiding te geven tot een significant nadelig of schadelijk effect op het watersysteem.

-      Op basis van de voorziene reguliere maatregelen en randvoorwaarden lijkt met andere woorden geconcludeerd te kunnen worden dat het plan verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen van gecoördineerde decreten betreffende het integraal waterbeleid (waterwetboek);

op basis van volgende voorwaarden en maatregelen werden ingewerkt in de relevante artikels van de stedenbouwkundige voorschriften:

-      Voorzien van ruimte voor hemelwaterbuffering en infiltratie binnen het plangebied cfr. de hemelwaterverordening.

-      Oppervlakte van verharding dient te worden beperkt tot datgene dat strikt noodzakelijk is voor een kwalitatieve uitvoering landbouw- en zorgactiviteiten. Indien technisch mogelijk, zal gebruik gemaakt worden van waterdoorlatende materialen;

op basis van deze voorwaarden en maatregelen kan met andere woorden geconcludeerd worden dat het plan de doelstellingen en beginselen, vermeld in artikelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de gecoördineerde decreten betreffende het integraal waterbeleid (het waterwetboek), in acht werden genomen;

het RUP voorziet binnen de afbakening van het plangebied een gedeeltelijke opheffing van het gewestplan Turnhout, meer bepaald de gewestplanbestemming agrarisch gebied en de voorschriften van art. 2 Afrembeleid (overdruk)’ van het RUP Glastuinbouw;

er zijn geen goedgekeurde niet vervallen verkavelingen gelegen binnen de afbakening van het plangebied;

de beslissing van het schepencollege van 15 september 2026 houdende de goedkeuring van het ontwerp van het RUP Widar;

Publieke stemming
Aanwezig: Frank Wilrycx, Leen Kerremans, Raf Verheyen, Monique Quirynen, Hanne Pelckmans, Kris Govers, Jef Van Accom, Kris Luyckx, Josée Van Aert, Evelien Willems, Tine Van der Vloet, Boris Kersemans, Koen Staes, Jan Quirijnen, Geert De Bie, Heidi Thoné, Eliene Geerts, Sandra Loomans, Dries Couckhuyt
Voorstanders: Frank Wilrycx, Leen Kerremans, Raf Verheyen, Monique Quirynen, Hanne Pelckmans, Kris Govers, Jef Van Accom, Kris Luyckx, Josée Van Aert, Evelien Willems, Tine Van der Vloet, Boris Kersemans, Koen Staes, Jan Quirijnen, Geert De Bie, Heidi Thoné, Eliene Geerts, Sandra Loomans
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1: De gemeenteraad stelt het ontwerp RUP widar voorlopig vast. Dit ontwerp bestaat uit de volgende documenten:

-      procesnota

-      toelichtingsnota

-      grafische plan

-      stedenbouwkundige voorschriften

 

Artikel 2: Het ontwerp RUP Widar wordt overgemaakt aan de deputatie van de provincie Antwerpen, het departement Omgeving en de Vlaamse Regering.

 

Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de organisatie van het voorgeschreven openbaar onderzoek, zoals bepaald in artikel 2.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, waarbij het ontwerp van het RUP aan een openbaar onderzoek wordt onderworpen.